Voetballen leer je bij je eigen club of…………?
AJAX: DE BESTE JEUGDVOETBALOPLEIDING VAN NEDERLANDx85.?
Een terugblik en een visie
Eljero Eliah. Eens talent bij Ajax. Weggestuurd, maar nu uitblinker in de Duitse Bundesliga en international. En de club Ajax kijkt knarsetandend toe. Eliah is niet de enige. Hij is er xe9xe9n uit een hele rijx85
Ajax beroemt zich er graag op de beste jeugdopleiding van Nederland te zijn. Of misschien wel van de wereld. Men wijst daarbij op namen Rafaxebl vd Vaart, Wesley Sneijder, Nigel de Jong, Maduro, Johnny Heitinga, Babel. Of recenter Gregory vd Wiel, Jan Vertonghen, Aldeweireld. Of uit een grijzer verleden Bergkamp, van Basten, Rijkaard, vd Sar, Witsche. En we kunnen teruggaan naar iconen als Johan Cruijff, Sjaak Swart, Piet Keizer, Johan Neeskens, Ruud Krol, Wim Suurbier.
De vraag is echter of deze namen waaraan succes kleeft de huidige waarheid niet verbloemen. Want waarom worden er of zijn er in de loop der tijden ook heel veel talenten weggestuurd? Of niet doorgebroken? Talenten die het in zich hadden om zich te scharen bij bovenstaande namen. Talenten die nu gefrustreerd en tegen zichzelf lopen te voetballen bij een kleine club of bij amateurs. Sommige hebben hun bakens verzet en zich afgekeerd van het eens door hen zo geliefde spelletje. Een derde categorie heeft hun heil ergens anders gezocht en komt toch boven drijven. Op basis van hun talent, doorzettingsvermogen en het ontmoeten van de juiste mensen die hen weer op het goede spoor hebben gezet. Zie Eliah.
Vraag is of Ajax zich durft af te vragen waar en wat er fout is gegaan bij deze spelers. Realiseert de club zich ook, naast de persoonlijke tragiek voor deze kinderen, wat voor een potentixeble inkomsten ze hebben laten liggen door het vroegtijdig en wegsturen of het laten verkommeren van deze talenten? Even nog afgezien van een bestendiging van hun naam als beste opleidingsinstituut van Nederland, van de wereld? Als dat sowieso nog zo isx85
Ajax klopte zich laatst trots op de borst. Er stonden liefst zeven spelers uit de eigen jeugd in het eerste elftal. Maar herkennen wij in deze spelers nog wel Ajaxspelers? Met de typische kenmerken zoals lef, bravoure, creatief , avontuurlijk en verantwoordelijk?
De vraag is of er een verband te leggen is tussen het wegsturen van probleemkinderen, het type spelers die uit de opleiding komen en de manier waarop de opleiding functioneert? En zoja, wat zou er dan moeten veranderen?
In 1965 begon Rinus Michels als opvolger van Vic Buckingham als trainer/coach van Ajax. Onder zijn leiding krabbelde Ajax op uit een diep dal. Michels won met het door hem opgebouwde team vier maal de landstitel, driemaal de KNVB-beker en behaalde tweemaal de finale van Europacup 1 waarvan hij de tweede won. Nieuwe roem oogstte hij met het Nederlands elftal in 1974, een elftal waar nog lyrisch over wordt gesproken in binnen- en buitenland vanwege het revolutionaire systeem (het zgn. totaalvoetbal) waarmee gespeeld werd, en in 1988 het elftal waarmee hij Europees kampioen werd.
Michels had mazzel. En in de periode bij Ajax en tijdens beide periodes bij het Nederlands elftal had hij de beschikking over supertalenten. Maar hij had ook kunde en inzicht, had oog voor de manier hoe een team samen te stellen voor het behalen van een optimaal rendement. Hij keek naar spelers, naar hun individuele mogelijkheden en hoe deze elkaar aan konden vullen en verrijken. Praktisch gesproken, Michels vulde het selecte groepje supertalenten aan met spelers die in staat waren in dienst te spelen van deze talenten. Taakbewuste spelers die op het toppunt van hun kunnen speelden om de supertalenten, de sterspelers optimaal te laten renderen. Daarbij ook denkende spelers die binnen de organisatie op het veld hun verantwoordelijkheid zelf durfde te nemen als dat nodig was en medespelers daarop te wijzen. In dienst van het team. Niet van henzelf. Ze konden het systeem naar hun hand zetten indien nodig. En het team won.
En er werd heel veel gewonnen. En werden deze spelers groot. Niet alleen omdat ze goed konden voetballen, maar juist omdat ze hadden geleerd om zelf na te denken, zich bewust te zijn wat hun verantwoordelijkheden waren tov. medespelers en het gehele team. En zich bewust waren van de grenzen van hun eigen talent.
De supertalenten wisten dat ze zonder de minder begaafden, de waterdragers, niet konden renderen en dank zij hen vrij waren om hun creativiteit optimaal te ontplooien ten dienste van het gehele team. En de mindere goden wisten zich gewaardeerd. Er was balans. Tel daarbij op de wil bij allen, de intrinsieke motivatie om alles uit hun talent te halen wat daar in zat. Om steeds weer te leren; op technisch gebied, tactisch gebied, qua levenswijze. Waarom? Om te winnen. Het hoogste te bereiken.
De spelers uit deze periodes zijn opgegroeid onder omstandigheden die de huidige generatie niet meer kent. Het was voor hen makkelijker om zich te focussen op het doel wat ze voor ogen stond. Veel minder afleiding, veel minder aandacht, veel minder publiciteit, veel minder druk van buitenaf. En het thuisfront zorgde er meestal wel voor dat de jonge spelers met beide voetjes op de grond bleven staan. De hixebrarchie was binnen en buiten het gezin en school en op straat nog duidelijk.
Door deze successen, van Gaal herhaalde het succes van vroeger met een selectie die ook bijna geheel uit de jeugdopleiding voortkwam, heeft Ajax zich een soort van arrogante zelfgenoegzaamheid aangemeten waardoor het oogkleppen heeft gekregen en niet meer in de gaten heeft dat de huidige opleiding anders ingericht zou moeten worden om hetzelfde rendement te halen als voorheen. Het is geworden tot een opleiding waar niet de speler meer centraal staat, maar de speler ondergeschikt wordt gemaakt aan een systeem.
Als een systeem centraal staat verliest men het zicht op het individu. Het individu wordt onder- geschikt gemaakt. Doe je iets fout binnen het systeem, word je daar op afgerekend. Ik hoor en zie het als ik naar jeugdwedstrijden sta te kijken en de trainer/coaches hun spelers hoor aanspreken. Niet op wat ze moeten ontdekken en leren, maar op wat ze moeten doen. Voorzeggen. Zoals het systeem voorschrijft.
Als je dat weet als jeugdspeler, dat je gebonden bent aan het systeem, als daar constant maar op gehamerd wordt, ga je je daar aan aanpassen. Om maar geen fouten te maken. Om je te handhaven. Om maar niet weggestuurd te worden. Gevolg is dat een speler zich niet vrij kan ontwikkelen, niet zelf het spelletje kan leren doorzien. Er is geen vrijheid voor.
Dat leren doet een speler door fouten te maken, durft te maken omdat hij weet dat hij er niet op afgerekend zal worden. Zoals vroeger op straat waar ontdekken en leren hand in hand ging. Waar spelenderwijs techniek en tactiek eigen kon worden gemaakt. Maar nu is er de trainer. Meestal iemand die spelers niet toestaat om fouten te maken, iemand is die angst crexebert bij spelers. Angst om fouten te maken ipv. toe te staan om die te maken.
Angst is als verbrande turf. Daar groeit niets meer op. Ofwel, als het systeem regeert leert de jeugdspeler niet om vrij te zijn in zijn hoofd en handelen. Krijgt hij geen ruimte om te leren. Omdat dat systeem nu eenmaal bewezen heeft succesvol te zijn (geweest) en de speler zich daar maar moet aanpassen.
Jeugdspelers die zich daar intuxeftief tegen verzetten, vaak degene met de meeste aanleg en aangeboren voetbalintelligentie, de individualisten, in potentie de supertalenten, komen binnen die manier van denken in de problemen. In conflict met de vertegenwoordigers van het heilige systeem. En worden lastig, rebelleren, doen niet meer wat er van hen gevraagd wordt. Omdat ze zich beknot voelen in hun kunnen. Ze verliezen hun plezier, zakken af naar een bedenkelijk niveau en worden uiteindelijk weggestuurd. Zij verliezen. Maar ook de club Ajax moet zich in die gevallen als verliezer beschouwen.
Ook kan het niet zijn dat kinderen worden weggestuurd omdat er problemen zijn op bv. school. Wegsturen is geen oplossing. Wegsturen is te vaak een gevolg van onmacht en onwetendheid. Wegsturen is vaak onnodig en kan worden voorkomen.
Stoppen omdat het talent stokt of teveel achterblijft of dat er fysieke problemen zijn die niet opgelost kunnen worden is heel wat anders. (Overigens verdienen die afvallers wel een zorgvuldige begeleiding en nazorg. )
Ajax moet inzien dat de tijden veranderd zijn. Dat de verantwoordelijkheden tov. de kinderen die zij hebben rondlopen in hun jeugdselecties groter, belangrijker en omvangrijker zijn dan ooit.
Ajax moet zich opnieuw uitvinden en zich in het kader daarvan zich afvragen hoe de door hun gescoute talenten zich op de best mogelijke manier kunnen ontplooien. Hoe moeten zij begeleid en gecoacht worden zodat zij niet hoeven worden weggestuurd om bv. gedragsproblemen? En hoe krijgt Ajax weer de voetballers die de flair/bluf, het gogme, creativiteit en de persoonlijkheid krijgen die bij de club horen?
Uitgangspunt moet zijn een totaalbenadering van de jeugdspelers.
Totaal wil zeggen het opleidingsinstituut Ajax voor het totale kind oog heeft en niet alleen voor de voetballer. Dat betekent dat, naast de core business voetbal, men ook oog moet hebben voor alle andere factoren die van invloed zijn op de ontwikkeling en ontplooiing van het kind. En hierop een tweesporenbeleid moet ontwikkelen.
Spoor xe9xe9n is het voetbal.
Hiervoor zijn de trainers olv. hoofd jeugdopleidingen verantwoordelijk. Hij stelt ism. zijn mensen, de trainersstaf samen en bewaakt het proces. Het proces dat moet leiden tot voetballers die weer herkend worden als echte Ajaxvoetballers.
Dat kan bereikt worden door ten eerste het kind in het voetballen centraal te stellen en niet het systeem waarbinnen een kind zou moeten functioneren.
De trainers zijn de directe opleiders. Dit moeten mensen zijn die oog hebben voor de individuele speler en zijn mogelijkheden en onmogelijkheden. Zij moeten ruimte te geven aan kinderen om het spelletje te ontdekken. Trainers die weten dat coachen gedragsbexefnvloeding is. En dat gebruiken om kinderen verder te krijgen. Om ze in vrijheid en zonder angst te laten leren wat hun verantwoordelijkheden zijn op het veld tav. het team op hun positie. Door ze vragend te benaderen. Door ze zelf te laten ontdekken waar de grenzen liggen van hun talent. En de speler aanspreken op dat talent. Daarbij het kind te helpen zich op technisch/tactisch gebied te bekwamen. Zonder gereedschap, zonder basis, vaart niemand wel.
De trainers zullen de vaardigheid moeten hebben om te zien waar het talent van de individuele speler precies ligt; is het een aanvaller van nature? Of is het een verdediger? Waar loopt hij het liefste? Kortom, waar op het veld, of later, op welke positie komt dat specifieke individuele talent het best tot zijn recht? Dat kan een kind ontdekken, kan hij leren in samenwerking met de trainer die het kind daar met beleid, overleg en empathie de ruimte voor moet geven. Binnen zijn trainingen, binnen zijn coaching.
Dit vraagt veel van trainers. Meer dan alleen maar voetbalkennis en x96inzicht. Zij zullen ook een zeer goede kennis van en inzicht moeten hebben in de psychologische ontwikkeling van de kinderen waarmee zij te maken krijgen. Door kennis te hebben van de leeftijdstypische kenmerken en een empathische houding zullen zij in staat zijn om kinderen op het juiste niveau aan te spreken en te coachen. Daarnaast zijn grote pedagogische en didactische vaardigheden noodzakelijk. Kortom, de status van ex-voetballer met een KNVB diploma is niet meer voldoende om als trainer bij Ajax aan de slag te gaan. Het vraagt een hoger opleidingsniveau. En een wil tot constante bijscholing, tot het zelf steeds beter willen worden. En een instelling waarbij je je als trainer ondergeschikt maakt aan het talent, ten dienste van het talent staat. Het gaat om het kind, niet om de trainerx85.
Dit vergt ook veel van de leiding. Ook zij moeten veel meer in huis hebben dan alleen maar voetbalkennis en x96inzicht. Naast het faciliteren van hun trainers waardoor deze optimaal kunnen werken moet de leiding zich realiseren dat het niet meer alleen een voetbalopleiding is, maar ook een opvoedingsinstituut.
Onder dwang van de tijd en heersende moraal worden verantwoordelijkheden en opvoedkundige taken die vroeger bij het gezin lagen meer en meer neergelegd bij school. Of andere organisaties zoals crxe8ches, buitenschoolse opvang, sportclubs etc. etc. En dus ook bij Ajax.
Uitgaand van die totaalbenadering met het kind als uitgangspunt zal naast het voetbal alle aandacht gegeven moeten worden aan alle factoren die het gedrag, de ontwikkeling en ontplooiing van dat kind als voetballer en mens bexefnvloeden. Daardoor kan worden voorkomen dat kinderen met een moeilijk gedrag en/of met problemen thuis of op school of elders buiten de boot vallen. Of kan worden voorkomen dat talent stokt. Of krijgt het talent de ruimte om even stil te staan. En haal je uiteindelijk als club een optimaal rendement uit je opleiding.
Wat zijn die factoren waar rekening mee moet worden gehouden? De ouders en het gezin. Vrienden en omgeving. De school. De af- en verleidingen die in aantal amper nog te overzien zijn. Daarbij komt ook nog dat kinderen veel meer op zichzelf gericht zijn (= is de ego-mentaliteit) Hixebrarchisch denken is hen bijna vreemd.
Wat betekent dat voor de organisatie?
Dat betekent dat Ajax mensen (vrouwen/mannen) in huis moet halen die in staat zijn de ontwikkeling van de kinderen naast het voetballen in de gaten te houden, te begeleiden en waar nodig in te grijpen. Doel? Voorkomen en/of oplossen van problemen zodat kinderen niet meer onnodig weggestuurd worden. Noem ze clubmentoren.
Voor de kinderen zijn het vertrouwensmensen bij wie zij ten alle tijden terecht kunnen. Als het goed gaat, maar zeker als er dingen fout gaan met hun ouders, met de school, met hun omgeving, met trainers. Alles wat hen maar belemmert in hun groei als voetballer, maar ook als mens.
Niet alleen de kinderen kunnen terecht bij deze clubmentoren. Ook scholen, ouders en trainers als zich problemen voordoen. Zij zijn het die ism. leiding, trainers, school en ouders het kind op het juiste spoor houden. Het spoor dat moet leiden naar op de eerste plaats een optimale ontplooiing van het talent. Maar daarnaast de kinderen zich bewust te laten worden dat er meer is dan het voetbal. Dat juist die dingen daarbuiten net zo belangrijk zijn. Omdat nu eenmaal niet alle talent toereikend is.
Kortom, de mentoren spelen een cruciale rol binnen het opleidingsinstituut.
Gevolg van zox92n totaalbenadering is het ontstaan van een veilig en uitdagend klimaat waarbinnen de kinderen zich als voetballer en als persoon volledig thuis zullen voelen. En waarbinnen de trainers echt trainers kunnen zijn. Alleen dan zal de jeugdopleiding de grillige talenten, de moeilijke jongens binnenboord kunnen houden. En zal het het type speler opleveren waar Ajax vroeger om bekend stond; zelfbewust en brutaal, creatief en verantwoordelijk. Voor zichzelf en voor het team. Omdat ze zich totaal hebben kunnen ontwikkelen door vertrouwen, in een omgeving waar veiligheid regeert en niet de angst.
Deze spelers weten dat zij het systeem maken, dat zij de club Ajax maken. Een club die drijft op zijn jeugd. Die rendeert dankzij de jeugd. Waar de beste jeugd voetbalt en het mooiste voetbal wordt gespeeld. Een club die met recht kan zeggen dat ze de beste opleiding hebben van Nederland. Of misschien wel van de wereld. Ajax zal Ajax weer zijn.
